Beschrijving en poging tot verklaring van het Tuin der Onkuisheiddrieluik van Jeroen Bosch - Gevolgd door Kritiek op Fraenger Boek omslag Beschrijving en poging tot verklaring van het Tuin der Onkuisheiddrieluik van Jeroen Bosch - Gevolgd door Kritiek op Fraenger
Verhandelingen der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen - Afd. Letterkunde, Nieuwe Reeks - deel LXIII
Bax, Dirk
Non-fictie, kunstgeschiedenis
Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij, Amsterdam
1956
208 + 40 ill.

Bax 1956

 

Beschrijving en poging tot verklaring van het Tuin der Onkuisheiddrieluik van Jeroen Bosch. Gevolgd door Kritiek op Fraenger (Dirk Bax) 1956

[Verhandelingen der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen – Afd. Letterkunde, Nieuwe Reeks – deel LXIII, Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij, Amsterdam, 1956, 208 blz. + 40 ill.]

[Ook vermeld in Gibson 1983: 84 (E71)]

 

Bax geeft hier een gedetailleerde beschrijving van de Tuin der Lusten en waagt zich tevens aan een interpretatie, waarbij hij weer zijn cultuurhistorische methode toepast: hij gaat te rade bij taal, literatuur, beeldende kunsten en folklore van de Nederlanden uit de vijftiende en zestiende eeuw. Verder verwijst hij ook nog naar een aantal invloeden die op Bosch ingewerkt kunnen hebben toen hij het schilderij concipieerde en verstrekt hij nieuwe bijzonderheden over een aantal andere schilderijen en tekeningen van de Brabantse meester.

 

Op de buitenluiken schilderde Bosch volgens Bax de morgen aan het einde van de derde scheppingsdag. In de overeenkomstige bijbelpassage (Genesis 1: 9-13) wordt de nadruk gelegd op de vruchtbaarheid van de aarde, vandaar dat Bosch op de buitenluiken een heleboel geslachtelijke symbolen schilderde (stekel-, kegel- en bolvormige gewassen).

 

In de voorstelling van God met Adam en Eva op het linkerbinnenluik heeft Bosch Genesis 1: 28 willen weergeven: ‘En God zegende hen en zeide: wast aan en vermenigvuldigt u’. Vandaar de seksuele symboliek die ook in het landschap van dit paneel kan waargenomen worden. De talrijke dieren verwijzen naar de woorden van God die volgen op de zojuist geciteerde passage: ‘Heerst over de vissen der zee en over de vogelen des hemels en over alle dieren welke zich bewegen op de aarde’.

 

In de rechterbenedenhoek van het middenpaneel zijn naar verluidt Noach, Adam en Eva uitgebeeld. De rest van dit paneel steekt vol seksuele symboliek, hier echter in een ongunstige context geplaatst. De bedoeling van Bosch was aan te duiden dat de geslachtsgemeenschap welke door God in het aards paradijs werd ingesteld, goed was. Uit Adam en Eva heeft zich echter een geslacht ontwikkeld dat het seksuele misbruikt om de eigen lusten te bevredigen. Eva (die met de erfzonde het kwaad in de wereld heeft gebracht) ligt aan de basis van deze ontwikkeling, en Adam en Noach (de stamvaders van de zondige mensheid, respectievelijk na de Schepping en na de Zondvloed) wijzen haar dan ook aan met een beschuldigende vinger. Deze evolutie in de tijd vindt haar weerklank in de compositorische samenhang tussen het linkerbinnenluik en het middenpaneel. Bax legt nadruk op het feit dat Bosch de zonde van de Onkuisheid niet zinnelijk, maar wel decoratief-symbolisch weergaf, teneinde de toeschouwer niet te kwetsen.

 

Op het rechterbinnenluik ten slotte brengt Bosch de hellestraffen van de wellustige mensheid in beeld. Weliswaar worden hier ook andere zonden dan de Luxuria bestraft, maar een bijgedachte aan de Onkuisheid is toch bijna steeds aanwezig. Het bovenste gedeelte van het hellepaneel stelt naar verluidt het vagevuur voor.

 

Bax is verder van mening dat Bosch het drieluik schilderde voor een aanzienlijk wereldlijk of geestelijk heer die Nederlands kende. Deze laatste zou het schilderij niet als altaarstuk in de huiskapel, maar als versiering van een interieur gebruikt hebben.

 

In een uitgebreid naschrift geeft Bax nog een zeer kritische bespreking van de geschriften van Wilhelm Fraenger. Hij komt tot de conclusie dat de Duitser ‘een fantast’ is en dat niet-Nederlands sprekende kunsthistorici die zich met Hollandse of Vlaamse kunst bezighouden, toch in staat zouden moeten zijn om de Middelnederlandse literatuur in het origineel te raadplegen en te begrijpen. Dit is volgens Bax onontbeerlijk om de schilderijen in hun juiste socio-culturele context te plaatsen.

 

[explicit]