Jeroen Bosch' Drieluik met de Gekruisigde Martelares Boek omslag Jeroen Bosch' Drieluik met de Gekruisigde Martelares
Verhandelingen der Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen - afd. Letterkunde, Nieuwe Reeks, deel LXVIII - nr. 5
Bax, Dirk
Non-fictie, kunstgeschiedenis
Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij, Amsterdam
1960
68 + 29 illustraties

Bax 1961

 

Jeroen Bosch’ Drieluik met de Gekruisigde Martelares (Dirk Bax) 1961

[Verhandelingen der Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen – afd. Letterkunde, Nieuwe Reeks, deel LXVIII – nr. 5, Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij, Amsterdam, 1961, 68 blz. + 29 ill.]

[Ook vermeld in Gibson 1983: 112 (E228)]

 

Bax bespreekt het zogenaamde H. Julia-drieluik (Venetië, Dogenpaleis). Volgens de meeste auteurs is de gekruisigde martelares op het middenpaneel inderdaad de H. Julia. Volgens een enkeling is het echter de H. Wilgefortis, die ook Sint-Ontcommer wordt genoemd. Bax analyseert de twee hypothesen en komt tot de conclusie dat de Julia-interpretatie de meest geslaagde is.

 

De Antonius-voorstelling op het linkerbinnenluik sluit mooi aan bij een passage in het Vaderboek, maar aan de duivels geeft Bosch naar verluidt betekenissen die zij in deze tekst niet hebben. Met het rechterbinnenluik heeft Bax meer moeite. De vriendelijke kluizenaar die een soldaat de weg wijst, kan hij niet identificeren. De achtergronden van de zijluiken (een brandende stad en een haven met scheepswrakken) kan men verschillend interpreteren, al naargelang men in de gekruisigde de H. Julia of de H. Wilgefortis wil herkennen. De triptiek, die in erg slechte staat is en waarvan de zijluiken overschilderd werden onderaan (naar verluidt door Bosch zelf), zou dateren van circa 1500.

 

In twee uitweidingen gaat Bax ten slotte de mogelijke invloed op Bosch na van kunstwerken uit Azië, uit de Grieks-Romeinse oudheid en uit Italië (deze laatste uit de periode ca. 1375 – ca. 1515). Rechtstreekse invloeden kunnen niet aangetoond worden. Voorstellingen die aan Azië of aan de Grieks-Romeinse oudheid herinneren, kan Bosch leren kennen hebben uit middeleeuwse of renaissance-kunstwerken, en Italiaanse invloeden kunnen hem bereikt hebben via Nederlandse kunstwerken die zelf Italiaanse invloed ondergaan hadden.

 

[explicit]