The Crab, the Sun, the Moon and Venus: studies in the iconology of Hieronymus Bosch's triptych "The Garden of Earthly Delights" Boek omslag The Crab, the Sun, the Moon and Venus: studies in the iconology of Hieronymus Bosch's triptych "The Garden of Earthly Delights"
Boczkowska, Anna
Non-fictie, kunstgeschiedenis
Oud Holland, vol. 91 (1977), nr. 4, pp. 197-231
1977

Boczkowska 1977

 

“The Crab, the Sun, the Moon and Venus: studies in the iconology of Hieronymus Bosch’s triptych The Garden of Earthly Delights” (Anna Boczkowska) 1977

[in: Oud Holland, vol. 91 (1977), nr. 4, pp. 197-231]

[Ook vermeld in Gibson 1983: 84-85 (E74)]

 

In dit artikel brengt de auteur nieuw materiaal aan voor haar hypothese dat de iconografie van de Tuin der Lusten gebaseerd is op astrologisch-alchemistische symbolen en ideeën en dat deze de religieuze symboliek van het drieluik bepalen. In het onderste gedeelte van de Paradijsbron op het linkerbinnenluik herkent Boczkowska een krab of kreeft die samengesteld is uit het teken van de Zon en de Maan. Tegelijk vormt het ook een bekend alchemistisch ideogram voor de coniunctio oppositorum, gewoonlijk beschreven als coniunctio Solis et Lunae. Ten slotte kan dit onderdeel ook religieus geïnterpreteerd worden als het huwelijk van Christus (als Tweede Adam of Zon) met Ecclesia (= Eva en de Maan). Dit huwelijk wordt uitgebeeld onder de Paradijsbron op het linkerluik en vormt het hoofdthema van de triptiek, die waarschijnlijk geschilderd werd voor pas gehuwde opdrachtgevers in het jaar 1504, toen er een conjunctie was van Zon en Maan in het teken van de Kreeft. Dit bruidspaar wenst de auteur te herkennen in de man en de vrouw in de rechterbenedenhoek van het middenpaneel.

 

Het middenpaneel van de triptiek stelt dan het Paradijs van Ecclesia voor en Bosch maakte hierbij gebruik van profane motieven als de liefdestuin, de verjongings- of liefdesbron en de planetenkinderen (meer bepaald: de kinderen van de Maan en van Venus). Het middenpaneel is een lofbetuiging aan de vrouw, de liefde, het moederschap en de voortplanting. Het rechterbinnenluik ten slotte vormt een antithese met het Paradijs van Ecclesia: Bosch schilderde hier een visioen van de aarde die onder de negatieve invloed staat van Venus en van de Maan.

 

Hoewel Boczkowska vanuit de astrologie en alchemie enkele opmerkenswaardige dingen zegt over bepaalde details in Bosch’ triptiek, zit haar totaalinterpretatie van het drieluik vol gaten en onwaarschijnlijkheden. Bosch maakte wellicht wel gebruik van bepaalde astrologische en alchemistische beelden, maar het gaat te ver om het programma van de hele triptiek positief-astrologisch te duiden. Vooral de verhouding tussen middenpaneel en rechterbinnenluik vormt een zeer zwakke schakel in Boczkowska’s betoog.

 

[explicit]