Hieronymus Bosch's self-portraits Boek omslag Hieronymus Bosch's self-portraits
Boczkowska, Anna en Andrzej Wiercinski
Non-fictie, kunstgeschiedenis
1981
"Ars Auro Prior - Studia Ioanni Bialostocki sexagenario dicata", Panstwowe Wydawnictwo Naukowe, Warschau, 1981, pp. 193-199

Boczkowska/Wiercinski 1981

 

“Hieronymus Bosch’s self-portraits” (Anna Boczkowska en Andrzej Wiercinski) 1981

[in: Ars Auro Prior. Studia Ioanni Bialostocki sexagenario dicata. Panstwowe Wydawnictwo Naukowe, Warschau, 1981, pp. 193-199]

[niet vermeld in Gibson 1983]

 

Aan de hand van een (overigens erg onduidelijke) vergelijkende anthropometrische analyse hebben de auteurs drie Bosch-portretten en twaalf gezichten van figuren uit Bosch-schilderijen onderzocht. Zij komen tot de conclusie dat het Bosch-portret in het Recueil d’Arras zeer onbetrouwbaar is, terwijl de marskramers (door de auteurs ‘wanderers’ genoemd) op de Rotterdamse tondo en op de buitenluiken van de Hooiwagen zelfportretten zijn.

Deze conclusie is niet helemaal onwaarschijnlijk, maar toch ten zeerste aanvechtbaar, aangezien de auteurs ervan uitgaan dat het Bosch-portret dat bewaard wordt in Amherst en het Bosch-portret in het zestiende-eeuwse werk van Domenicus Lampsonius, authentiek en betrouwbaar zijn. De waarheid is dat we van dit laatste niet zeker zijn, wat meteen van het herkennen van zelfportretten in Bosch-schilderijen een hachelijke onderneming maakt.

 

Verder wordt verwezen naar een astrologische miniatuur uit de Pierpont Morgan Library die het prototype zou zijn van Bosch’ marskramervoorstellingen op de Rotterdamse tondo en op de buitenluiken van de Hooiwagen. Op de drie voorstellingen zien we immers telkens een arme zwerver, een boom en een stier. Bosch’ marskramervoorstellingen worden ook in verband gebracht met het paradigma ‘a man at the crossroads’ (dat draait rond de keuze tussen goed en kwaad en vaak verbeeld werd door de letter Y). Op de Rotterdamse tondo vertoont de boom een Y-vormige vertakking die het paneel verdeelt in een negatieve en een positieve zijde. Het gesloten hek en de stier blokkeren voor de marskramer de weg naar het goede. Het tragische gelaat van de marskramer drukt naar verluidt niet de weigering, maar wel de onmogelijkheid om goed te doen uit.

 

Op de buitenluiken van de Hooiwagen zien we ook een boom die de letter Y vormt en bovendien een Y-vormige tak die een brugstok ondersteunt. Het bruggetje over de rivier wijst op ‘inner revival and redemption’, wat betekent dat er voor de hoofdfiguur, een ‘wanderer’ wiens gelaat dat van Bosch zelf is, verlossing mogelijk is, dit in tegenstelling tot de verstokte zondaars op het middenpaneel.

 

Dat de gelijkaardige ‘wanderer’ die de hoofdfiguur is van de Rotterdamse tondo, niét mag hopen op verlossing en tóch ook Bosch zelf is, lijken de auteurs even vergeten te zijn. De gelijkenis tussen de astrologische miniatuur en Bosch’ marskramervoorstellingen is overigens minimaal, om niet te zeggen verwaarloosbaar. Is het rund in Rotterdam trouwens wel een stier? Na deze aanmerkingen zal men het ermee eens zijn dat dit Poolse artikel bijzonder zwak uitvalt.

 

[explicit 6 augustus 2011]