Bosch Boek omslag Bosch
Brion, Marcel
Non-fictie, kunstgeschiedenis
Editions d'Histoire et d'Art, Librairie Plon, Parijs
1938
64

Brion 1938

 

Bosch (Marcel Brion) 1938

[Editions d’Histoire et d’Art, Librairie Plon, Parijs, 1938, 64 blz.]

[Ook vermeld in Gibson 1983: 2 (A10)]

 

Brion legt veel nadruk op de pessimistische wereldvisie van Bosch: diens oeuvre toont de triomf van de duivelse schepping die een karikatuur is van de goddelijke schepping (de duivel als Aap van God). Bij Bosch zijn er slechts weinig uitverkorenen, tegenover ontelbare verdoemden, in de uitbeelding van Christus was hij blijkbaar veel minder geïnteresseerd dan in de bizarre uitdossing van diens beulen en de mens is bij hem een dwaas die overgeleverd is aan de grillen van de duivels die overal op hem loeren.

 

Een psychoanalyst zou naar verluidt in deze schilderijen heel wat seksuele fixaties en aberraties kunnen ontdekken, waarbij vooral het anale een belangrijke rol lijkt te spelen. Vertrekkende van de afbeelding in het Recueil d’Arras meent Brion zelfportretten van Bosch te herkennen in de toekijkende dikke man van de Doornenkroning (Londen, National Gallery), in de duivel die slechts uit hoofd en benen bestaat, rechts van Antonius op het middenpaneel van de Verzoekingen van de H. Antonius (Lissabon, Museu Nacional de Arte Antiga) en in de zogenaamde Boommens op het rechterluik van de Tuin der Lusten (Madrid, Prado).

 

Brions tekst bevat overigens een hele reeks manifeste onjuistheden en onbewijsbare uitspraken, zoals wanneer hij schrijft dat Bosch in zijn geboortestad deelnam aan toneelactiviteiten [p. 6], dat hij een reis naar Spanje heeft gemaakt [p. 6], dat de herders (sic) op de buitenluiken van de Hooiwagen ruzie maken [p. 32] en dat hij een Laatste Oordeel schilderde voor Filips II [p. 38].

 

[explicit]