A historical Reconstruction of The Pedlar by Jheronimus Bosch Boek omslag A historical Reconstruction of The Pedlar by Jheronimus Bosch
Caspers, Charlotte
Non-fictie, kunstgeschiedenis
2010
Eric De Bruyn en Jos Koldeweij (red.), "Jheronimus Bosch - His Sources - 2nd International Jheronimus Bosch Conference, May 22-25, 2007, Jheronimus Bosch Art Center, 's-Hertogenbosch, the Netherlands", Jheronimus Bosch Art Center, 's-Hertogenbosch, 2010, pp. 56-71

Caspers 2010

 

“A historical Reconstruction of The Pedlar by Jheronimus Bosch” (Charlotte Caspers) 2010

[in: Eric De Bruyn en Jos Koldeweij (red.), Jheronimus Bosch. His Sources. 2nd International Jheronimus Bosch Conference, May 22-25, 2007, ’s-Hertogenbosch, The Netherlands. Jheronimus Bosch Art Center, ‘s-Hertogenbosch, 2010, pp. 56-71]

 

Het Jheronimus Bosch Art Center vroeg Caspers om een historische reconstructie te schilderen van Bosch’ Rotterdamse Marskramer. Hoofdbedoeling was het publiek van het Art Center te informeren over de opbouw van een zestiende-eeuws schilderij en over de materialen die toen gebruikt werden. In deze bijdrage beschrijft en evalueert Caspers het reconstructieproces.

 

De restauratie van het schilderij in 2001 en de dendrochronologische analyses van dit en een aantal andere Bosch-werken bevestigden de hypothese dat De Markramer oorspronkelijk geschilderd was op de buitenluiken van een triptiek. De meeste vijftiende- en zestiende-eeuwse Noord-Europese paneelschilderingen zijn geschilderd op een ondergrond van krijt en lijm. De Marskramer wordt gekenmerkt door een gedetailleerde ondertekening die kon bestudeerd worden door nauwkeurig te kijken naar het schilderij en via infraroodreflectografie. Wanneer de ondertekening en de uiteindelijke schildering vergeleken worden, dan zijn er enkele verschillen, zoals de vogels op de achtergrond die niet uitgeschilderd werden, of de veranderingen in de hond en de grootte van de dolk. De meeste veranderingen zijn niet van belang voor de iconografie of de compositie. Gelijkenissen qua compositie en iconografie tussen de Hooiwagen en De Marskramer en vooral overeenkomsten tussen de ondertekening van De Marskramer en de oppervlaktelaag van de Hooiwagen suggereren dat De Marskramer geschilderd werd na de Hooiwagen of dat ten minste een gemeenschappelijk voorbeeld werd gebruikt.

 

De reconstructie lijkt op het origineel wat uiterlijk voorkomen, de opbouw van de verflagen en de schildertechniek betreft, maar het is onmogelijk hetzelfde schilderij exact opnieuw te schilderen. Het origineel is doorheen de tijd veranderd, het oppervlak heeft een patina: craquelé, stof, verdwenen stukjes verf en verkleuringen. Ofschoon het geen exacte wetenschap is, is het schilderen van een historische reconstructie een nuttig instrument om de techniek te bestuderen die in een bepaald schilderij gebruikt werd. Bovendien geeft het een realistische kijk op de schilderpraktijk voor wie niet gewend is zelf te schilderen. Voor een beter begrip van De Marskramer is de reconstructie erg nuttig geweest: Bosch werkte snel en bedreven en liet bepaalde vormen open om ze later op te vullen met verschillende kleuren en een beperkt maar handig palet. Enerzijds volgt zijn techniek de vijftiende-eeuwse traditie, wat materialen en de opbouw van de verflagen betreft, anderzijds is zijn techniek nieuw omwille van het beperkte aantal verflagen, de spontane toets en het gebruik van een gekleurde ondergrond. Het bestuderen van nog andere Bosch-werken op dezelfde manier zal bijdragen aan een betere kijk op zijn ontwikkeling als schilder en kan nieuwe gegevens opleveren.

 

Deze bijdrage bevat geen gegevens die niet al vroeger bekend waren. In De Marskramer zijn sommige verschillen tussen de ondertekening en de uiteindelijke geschilderde versie wel degelijk van belang voor de iconografie en de compositie: vergelijk De Bruyn 2001a: 387 (noot 1794) / 389.

 

[explicit 12 oktober 2011]