Jérôme Bosch et ses symboles - Essai de décryptage Boek omslag Jérôme Bosch et ses symboles - Essai de décryptage
Chailley, Jacques
Non-fictie, kunstgeschiedenis
Académie Royale de Belgique, Mémoires de la Classe des Beaux-Arts, Collection in-4°, 2e série, T. XV, fascicule I, Palais des Académies, Brussel
1978
313

Chailley 1978

 

Jérôme Bosch et ses symboles. Essai de décryptage (Jacques Chailley) 1978

[Académie Royale de Belgique, Mémoires de la Classe des Beaux-Arts, Collection in-4°, 2e série, T. XV, fascicule 1, Palais des Académies, Brussel, 1978, 313 blz.]

[Ook vermeld in Gibson 1983: 48-49 (D32)]

 

In navolging van Jacques Combe (1946) legt Chailley grote nadruk op de rol van de alchemie in Bosch’ oeuvre. Zijn stelling luidt dat bijna alle schilderijen van de meester een gemeenschappelijk basisidee hebben: de verdediging van het christelijke geloof tegen de inbreuken van de alchemie, die de christelijke symboliek aanpaste voor eigen gebruik. Bosch zag de alchemie naar verluidt als een demonische bedreiging: zijn panelen wemelen dan ook van de alchemistische symbolen (zeer dikwijls verbonden met symbolen van de Wellust) en deze moeten zonder uitzondering negatief geïnterpreteerd worden. In zijn vroege werken beschuldigt Bosch de alchemie louter van charlatanisme, later worden zijn aanvallen ernstiger.

 

Uit zijn analyse van het Bosch-oeuvre leidt Chailley verder af dat de laatmiddeleeuwse alchemisten hoogstwaarschijnlijk reeds initiatieriten kenden die drie eeuwen later ook door de Vrijmetselaars gebruikt werden. Daarnaast kon Bosch voor zijn symbolische taal nog gebruik maken van een algemeen bekende ‘symbolentraditie’ en van een levende traditie op het gebied van de diabolische en wonderbaarlijke fantasie. De astrologie speelt volgens Chailley bij Bosch slechts sporadisch een rol. Zijn anti-klerikalisme past overigens helemaal in de middeleeuwse maatschappij: het is een anti-klerikalisme, niet van ongelovigen of ketters, maar van supergelovigen, gericht tegen ontspoorde geestelijken die in plaats van het goede voorbeeld te geven, de weg van de zonde volgen.

 

Het eerste deel van Chailley’s boek wil een beknopte inventaris opstellen van de uitdrukkingsmiddelen die Bosch tot zijn beschikking had (alchemistische en andere symbolen, de diabolische en fantastische traditie). In het tweede deel gaat hij dan over tot een minutieuze analyse van het Bosch-oeuvre, waaruit als hoofdthema de verdediging van het ware geloof tegen de misbruiken van de alchemisten naar voren komt.

 

Hoewel in de recente Bosch-literatuur niet ontkend wordt dat er in Bosch’ schilderijen sporen van alchemistische symboliek te ontdekken zijn, is de manier waarop Chailley Bosch in verband brengt met de alchemie verre van overtuigend. Oorzaak hiervan zijn de talloze foutieve beschrijvingen en verregaande Hineininterpretierungen die op praktisch elke bladzijde van zijn boek voorkomen.

 

[explicit]