The Fire and the Owl: On the Reception of Bosch's Work by the Spanish and Flemish Habsburg Courts in the Sixteenth Century Boek omslag The Fire and the Owl: On the Reception of Bosch's Work by the Spanish and Flemish Habsburg Courts in the Sixteenth Century
Checa Cremades, Fernando
Non-fictie, kunstgeschiedenis
2016
Pilar Silva Maroto (red.), "Bosch - The 5th Centenary Exhibition". Tentoonstellingscatalogus (Madrid, Prado, 31 mei-11 september 2016), Museo Nacional del Prado, Madrid, 2016, pp. 156-171

Checa Cremades 2016

 

“The Fire and the Owl: On the Reception of Bosch’s work by the Spanish and Flemish Habsburg Courts in the Sixteenth Century” (Fernando Checa Cremades) 2016

[in: Pilar Silva Maroto (red.), Bosch – The 5th Centenary Exhibition. Tentoonstellingscatalogus (Madrid, Museo Nacional del Prado, 31 mei-11 november 2016), Museo Nacional del Prado, Madrid, 2016, pp. 156-171]

[Spaanse versie: Fernando Checa Cremades, “El fuego y la lechuza. Sobre la recepción del Bosco en las cortes flamenca y española de los Habsburgo en el siglo XVI”, in: Pilar Silva Maroto (red.), el Bosco – La exposición del V centenario. Tentoonstellingscatalogus (Madrid, Museo Nacional del Prado, 31 mei-11 november 2016), Museo Nacional del Prado, Madrid, 2016, pp. 156-171]

 

Het eerste deel van deze catalogusbijdrage besteedt aandacht aan de Habsburgse hoven in Vlaanderen en Spanje en aan de hieraan verbonden edelen en hovelingen die werk van Bosch bezaten: koning Filips II, Hendrik III van Nassau-Breda, Engelbrecht II van Nassau, Mencia de Mendoza, de familie De Guevara, Don Fernando Alvarez de Toledo (de derde Hertog van Alva) en zijn bastaardzoon Don Fernando. Een flink aantal van de Bosch-werken uit het bezit van deze personen kwam uiteindelijk terecht in de verzameling van Filips II.

 

Het tweede deel van de bijdrage richt zich op drie geschreven getuigenissen (van Ambrosio de Morales, Felipe de Guevara en fray José de Sigüenza) die licht werpen op de relatie tussen deze eerste aristocratische Bosch-verzamelaars en het Spaanse hof van Filips II. Deze geschreven getuigenissen tonen aan dat Bosch’ oeuvre aan het Spaanse hof van Filips II op een verrassend ‘classicistische’ wijze werd ontvangen. In een korte tekst (gepubliceerd in 1586) vergeleek Ambrosio de Morales Bosch’ Hooiwagen met een oud-Grieks schilderij, de Tafel van Cebes. Het werk van Bosch wordt hier benaderd op een wijze die men ‘klassiek’ zou kunnen noemen omdat zij zich sterk beroept op contemporaine ideeën in verband met bepaalde verloren schilderijen uit het oude Griekenland. Rond 1560 schreef Felipe de Guevara zijn Comentario de la pintura y pintores antiguos waarbij hij sterk (ofschoon niet exclusief) aanleunde bij Plinius’ geschriften over klassieke schilders. Guevara besteedt niet zozeer aandacht aan de moralizerende of stichtelijke boodschap van Bosch dan wel aan esthetische overwegingen die typisch zijn voor de Renaissance (decorum, opvallende kwaliteiten, originaliteit en vindingrijkheid, de expressie van gevoelens en emoties). In 1605 publiceerde fray José de Sigüenza zijn Historia de la Orden de san Jerónimo. In hoofdstuk 17 van Boek III schrijft hij ook over Bosch. Sigüenza brengt Bosch’ schilderijen in verband met de ‘macaronische’ stijl (een grotesk, satirisch genre) die in de zestiende eeuw beoefend werd door onder meer Merlin Cocaio. Sigüenza verwijst ook naar Ovidius en beschrijft de Tuin der Lusten aan de hand van adjectieven die ontleend zijn aan de klassieke esthetica.

 

Checa eindigt zijn bijdrage met een interessante vaststelling. In de zestiende eeuw hing de Tuin der Lusten in de Galerij van de Koningin in het Escorial naast kopieën van Bassano’s Zondvloed-cyclus. Ofschoon Sigüenza er niets over zegt, zou dit kunnen betekenen dat aan het Spaanse hof Bosch’ Tuin gezien werd als een weergave van het Sicut erat in diebus Noe-thema?

 

[explicit 21 januari 2017]