Tuin van huid - Verzen naar Jeroen Bosch Boek omslag Tuin van huid - Verzen naar Jeroen Bosch
Christiaens, Dirk
Fictie, poëzie
Manteau, Antwerpen-Amsterdam
1988 (2de gewijzigde druk, eerste druk: 1969)
37

Christiaens 1988

 

Tuin van huid – Verzen naar Jeroen Bosch (Dirk Christiaens) 1988

[Manteau, Antwerpen-Amsterdam, 1988 (2de gewijzigde druk, eerste druk: 1969), 37 blz.]

 

Wat Dirk Christiaens in deze uiterst zwakke en vooral vervelende dichtbundel doet, is korte gedichten schrijven die overladen zijn met surrealistische beelden, ontleend aan schilderijen van Jheronimus Bosch. Dat gaat overigens wel veel verder ‘dan enkele fragmenten’, in tegenstelling tot wat Hugo Brems in zijn recensie beweert: elk gedicht uit deze bundel zit vol met beelden ontleend aan Bosch.

 

Christiaens doet op deze manier niets anders dan het procédé imiteren dat Hugo Claus reeds in zijn gedicht Visio Tondalis [sic] toepaste. Een enkele keer zelfs met haast woordelijke echo’s. Op pagina 18 lezen we bijvoorbeeld: ‘Zelfs geen boot gaat voor anker in dit land’. Vergelijk met Claus’ verzen: ‘Geen boot in het suizende water (…) / Dit is mijn moederland’. Terwijl bij Claus de beeldenstroom (die hij overigens letterlijk ontleent aan een weinig bekende Bosch-imitatie die zich in Parijs bevindt, vergelijk Unverfehrt 1980, ill. 225) echter ingepast wordt in een dichterlijke visie, doet het beeldengegoochel van Christiaens ten zeerste gratuit, onfunctioneel, onbegrijpelijk en dus irritant aan. Het verschil tussen een goede dichter en een slechte?

 

Recensies

 

  • Hugo Brems, “Zal Jeroen Bosch er wel blij mee zijn?”, in: Dietsche Warande & Belfort, jg. 114, nr. 9 (november 1969), pp. 708-709. Zo ook komt hij tot een oppervlakkige gelijkenis met het oeuvre van Bosch. Zoals daar de kijker, zo staat hier de lezer voor een verwarrende veelheid en diversiteit van onlogische beelden, die wel hier en daar associaties oproepen in het onderbewuste, maar die overigens niet meer in de onvoorbereide lezer bewerken dan verwondering, verveling en tenslotte ergernis.
  • Willy Coomans, in: Lektuurgids, jg. 36, nr. 1 (januari 1989), p. 26. Te vaak, te veel houdt [Christiaens] zich ledig met het gedetailleerd opsommen van de typische taferelen van alchemistische inslag.
  • Anne Marie Musschoot, “Dirk Christiaens: Jeroen Bosch revisited”, in: Ons Erfdeel, jg. 32, nr. 3 (mei-juni 1989), pp. 438-439. Als geheel biedt deze bundel een demonstratie van poëtisch vakmanschap.

 

[explicit 2 mei 1991]