Hieronymus Bosch's Garden of Delights Triptych - The Eroticism of its central Panel and Middle Dutch Boek omslag Hieronymus Bosch's Garden of Delights Triptych - The Eroticism of its central Panel and Middle Dutch
De Bruyn, Eric
Non-fictie, kunstgeschiedenis
2010
Eric De Bruyn en Jos Koldeweij (red.), "Jheronimus Bosch. His Sources. 2nd International Jheronimus Bosch Conference, May 22-25, 2007, 's-Hertogenbosch, the Netherlands", Jheronimus Bosch Art Center, 's-Hertogenbosch, 2010, pp. 94-106

De Bruyn 2010

 

“Hieronymus Bosch’s Garden of Delights Triptych. The Eroticism of its central Panel and Middle Dutch” (Eric De Bruyn) 2010

[in: Eric De Bruyn en Jos Koldeweij (red.), Jheronimus Bosch. His Sources. 2nd International Jheronimus Bosch Conference, May 22-25, 2007, ’s-Hertogenbosch, The Netherlands. Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, 2010, pp. 94-106]

 

Gedurende de laatste vijftig jaar is het werk van Bosch een vruchtbaar onderzoeksterrein gebleken voor filologen en kunsthistorici wier cultuurhistorische benadering van Bosch gebaseerd is op de Middelnederlandse taal en literatuur en de cultuur van de vijftiende- en zestiende-eeuwse Nederlanden. Dit werd aangetoond door de boeken en artikelen van Domien Roggen, Jan Grauls, Paul De Keyser, Louis Lebeer, Dirk Bax, J.K. Steppe, pater Gerlach, Walter Gibson, Roger-Henri Marijnissen, Paul Vandenbroeck, H.W. Steemers en Eric De Bruyn. Een aantal Amerikaanse kunsthistorici zoals James H. Marrow, Irving L. Zupnick, Walter Gibson en Larry Silver heeft zelfs Middelnederlands geleerd met als doel een beter begrip van de kunstwerken (waaronder die van Bosch) die zij bestuderen. Ondanks dit alles moet men nog steeds rekening houden met sporadische negatieve reacties ofschoon de onderzoekers die de Middelnederlandse taal en literatuur aanwenden als een hulpwetenschap die onmisbaar is bij de studie van het Bosch-oeuvre, de eersten zijn om toe te geven dat hun benadering slechts één van vele is wanneer het erop aankomt Bosch’ vaak complexe beeldspraak te interpreteren: ook Latijnse, bijbelse, volkskundige en zelfs alchemistische en astrologische bronnen kunnen in dit verband nuttig materiaal opleveren.

 

Om aan te tonen dat Middelnederlands inderdaad één van de bronnen is die kunnen leiden tot een beter begrip van de Bosch-iconografie, concentreert De Bruyn zich op een slecht begrepen onderdeeltje van het middenpaneel van de Tuin der Lusten: de man wiens hoofd de vorm heeft van een reusachtige blauwe druif. Alle Bosch-auteurs blijken het erover eens te zijn dat het middenpaneel van deze triptiek rijkelijk voorzien is van erotische symboliek. Volgens De Bruyn kan het antwoord op de vraag ‘waarom schilderde Bosch een druif in plaats van een hoofd?’ gevonden worden in het Middelnederlands (Bosch’ moedertaal). In het Middelnederlands konden de woorden hoofd en druif immers beide de betekenis hebben van: glans penis (de eikel van de penis). De Bruyn citeert een aantal teksten die zijn stelling ondersteunen. Bovenop de druif schilderde Bosch bovendien enkele bladeren en een stengel. De Bruyn interpreteert deze als een soort hoofdbedekking en wijst erop dat het Middelnederlandse woord kappeken (kapje) ook de betekenis kon hebben van voorhuid.

 

Deze interpretatie leidt tot de conclusie dat Bosch op het middenpaneel van de Tuin der Lusten de Middelnederlandse taal aanwendde om een aantal visuele woordspelingen uit te beelden die geen direct verband hebben met de religieuze totaalbetekenis van het drieluik. Blijkbaar waren deze visuele spelletjes bedoeld als profaan, frivool entertainment voor het geïntendeerde publiek. Indien dit correct is, dan is het zeer waarschijnlijk dat de opdrachtgever van het drieluik Middelnederlands verstond, wilde hij de woordspeling kunnen appreciëren. In de recente Bosch-literatuur is duidelijk geworden dat de opdrachtgever ofwel Engelbrecht II van Nassau, ofwel zijn neef en erfgenaam Hendrik III van Nassau was. Hoewel Engelbrechts officiële taal Frans was, zal hij waarschijnlijk toch noties van Middelnederlands hebben gehad, aangezien hij in Breda geboren werd en in de Nederlanden leefde. Van Hendrik weten we zeker dat hij Middelnederlands begreep: in 1515 schreef hij een brief in het Middelnederlands aan zijn vader, Jan IV van Nassau.

 

[explicit 29 december 2011]