Een 'St. Antonius-Kwelling' van een navolger van Hieronymus Bosch, in het Centraal Museum te Utrecht Boek omslag Een 'St. Antonius-Kwelling' van een navolger van Hieronymus Bosch, in het Centraal Museum te Utrecht
De Meyere, J.A.L.
Non-fictie, kunstgeschiedenis
1986
Antiek, jg. 21, nr. 2 (augustus-september 1986), pp. 74-80

De Meyere 1986

 

“Een ‘St. Antonius-Kwelling’ van een navolger van Hieronymus Bosch, in het Centraal Museum te Utrecht” (J.A.L. de Meyere) 1986

[in: Antiek, jg. 21,nr. 2 (augustus-september 1986), pp. 74-80.]

 

De Meyere bespreekt een klein paneeltje (Utrecht, Centraal Museum, inventarisnummer 2537, olieverf op eikenhout) dat een Antonius-temptatie voorstelt. Tolnay, Gibson en Bax beschouwden het schilderij als het werk van een Bosch-navolger [p. 78]. Tolnay dateerde het omstreeks 1520-25, Bax in het tweede kwart van de zestiende eeuw [p. 78]. De Meyeres hypothese luidt dat het paneel vermoedelijk afkomstig is uit een Utrechts vrouwenklooster [pp. 78-79]. Het paneel werd in de loop der tijden meerdere malen gerestaureerd [p. 79].

 

Dit paneeltje wordt niet vermeld bij Unverfehrt 1980.

 

[explicit]