Régions de dissemblance Boek omslag Régions de dissemblance
Falkenburg, Reindert Leonard
Nonfictie, kunstgeschiedenis
2012
Alain Tapié e.a. (tentoonstellingscatalogus), "Fables du paysage flamand - Bosch, Bles, Brueghel, Bril", Rijsel-Parijs, 2012, pp? 56-63

Falkenburg 2012

 

“Régions de dissemblance” (Reindert Leonard Falkenburg) 2012

[in: Alain Tapié e.a., Fables du paysage flamand – Bosch, Bles, Brueghel, Bril. Tentoonstellingscatalogus (Rijsel, Palais des Beaux-Arts, 6 oktober 2012 – 14 januari 2013), Palais des Beaux-Arts de Lille – Somogy éditions d’art, Rijsel – Parijs, 2012, pp. 56-63]

 

Bosch’ voorstellingen van duivels en hel zijn fundamenteel religieus van aard. Er wordt vaak beweerd dat de diablerieën van de zestiende-eeuwse Bosch-navolgers afweken van dit concept en slechts een entertainende functie hadden. Falkenburg is het daar niet mee eens en neemt De Verzoekingen van de H. Antonius als voorbeeld om zijn standpunt te verduidelijken.

 

Het klein weergeven van de religieuze kernboodschap komt ook reeds voor in Bosch’ Lissabonse Antonius-triptiek (Antonius en Christus in het centrum van het middenpaneel). De scènes daarrond verwijzen naar dissimilitudo, een toestand van zondigheid en van het zich afkeren van God. Om dit weer te geven, maakt Bosch onder meer gebruik van ‘dubbelbeelden’ (in het Frans staat er: images traîtresses). Zo herkent Falkenburg in het uivormige gebouw (middenpaneel, bovenaan rechts) een bordeel met antropomorfe aspecten (een hals, een navel en onderaan een poortje dat een vagina suggereert). Sommige Bosch-navolgers maakten ook gebruik van ‘dubbelbeelden’. Falkenburg herhaalt dan wat hij in zijn monografie over de Tuin der Lusten heeft gezegd naar aanleiding van het Hellelandschap-paneel (Madrid, Prado), de Verzoeking van de H. Antonius van Jan Mandyn (Haarlem) en het kleine Aards Paradijs-paneel in Wenen (Kunsthistorisches Museum) [vergelijk Falkenburg 2011: 35-41 / 42-45 / 27-28]. Hij concludeert dat de zestiende- en zeventiende-eeuwse diablerieën de beschouwer de vrijheid gaven (en geven) om zijn verbeelding en esthetische waardering de vrije loop te laten.

 

Op wie Falkenburg 2011 (zelf ook al geen gemakkelijke lectuur) niet heeft gelezen, zal deze catalogusbijdrage wellicht een verwarrende indruk maken. Zo wordt hier bijvoorbeeld niet verklaard waar de term ‘dissimilitudo’ vandaan komt. Maar ook voor wie Falkenburg 2011 wel gelezen heeft, is dit een lastige tekst, wat mede veroorzaakt wordt door de soms slordige redactie van de Franse catalogussamenstellers. Zo wordt de lezer op pp. 60-61 bij de bespreking van het Hellelandschap-paneel (Prado) verwezen naar catalogusnummer 25 terwijl dit 33 moet zijn. Bij de bespreking van het kleine paneel uit Wenen (p. 62) wordt verwezen naar afbeelding 3, terwijl dit catalogusnummer 53 moet zijn. Uit de (verkeerde) afbeeldingen 5 en 6 bij Falkenburgs bijdrage blijkt overigens dat de redacteurs niet begrepen over welke details van de Lissabonse triptiek Falkenburg het in zijn tekst heeft.

 

[explicit 20 augustus 2017]