Dr. Eric De Bruyn | Literaire bronnen

Klik hier voor een toelichting bij dit onderdeel van JBP

 

In 1996 schreef Roger Marijnissen: Het is slechts aan de hand van wijdlopende opzoekingen in de laatmiddeleeuwse cultuur van de Nederlanden dat men de oorspronkelijke boodschap van Bosch’ schilderijen kan proberen te achterhalen. (…) Onder correcte lectuur versta ik een poging om met behulp van laatmiddeleeuwse gegevens uit de Nederlanden de boodschap te achterhalen die bestemd was voor zijn tijdgenoten [Marijnissen 1996: 10-11]. De cultuurhistorische benadering (die niet de vraag stelt: wat betekenen Bosch’ schilderijen voor ons vandaag, maar wel: wat betekenden Bosch’ schilderijen rond 1500 voor Bosch’ opdrachtgevers en bewonderaars) tracht het Bosch-oeuvre te bekijken met de ogen en de kennis van een laatmiddeleeuwer. Dit is een verre van eenvoudige opdracht die alleen resultaten kan opleveren, als men bereid is zich grondig te verdiepen in de (laat)middeleeuwse cultuur.

Eén van de manieren om zich vertrouwd te maken met de thema’s en de symboliek van Bosch is het bestuderen van laatmiddeleeuwse literatuur. Literatuur in de breedste betekenis van het woord, want wie zich enkel beperkt tot teksten die traditioneel tot de literaire canon behoren, loopt het risico heel wat interessant vergelijkingsmateriaal aan zijn neus te laten voorbijgaan. Zoals de Britse historicus Keith Thomas ooit zei in een interview: Ik denk dat ik altijd het idee heb gehad, dat je alles moet lezen. Dat heb ik waarschijnlijk van Christopher Hill, die ook voor geen enkele potentiële bron zijn neus ophaalde. Al het materiaal uit een bepaalde periode is een mogelijke bron. Die wijze les heb ik altijd nagevolgd. (…) Al is het leven te kort om alles te lezen. Dingen die relevant zijn in verband met Bosch, worden vaak niet alleen aangetroffen in puur ‘literaire’ genres zoals poëzie, dramatiek of allegorische leerdichten, maar ook in zogenaamde ‘triviaalliteratuur’, artesteksten of zelfs in een theoretisch traktaat over rhetorica.

Omdat Jheronimus Bosch leefde en werkte in de Nederlanden, meer bepaald in het hertogdom Brabant, rond 1500, zijn het in de eerste plaats Middelnederlandse en in de Nederlanden toentertijd bekende Latijnse teksten die zich aanbieden als vruchtbaar studieterrein. Regelmatig blijken echter Bosch’ motieven en allegorische beeldspraak een internationale verspreiding te hebben gekend, zodat ook laatmiddeleeuwse teksten uit pakweg Duitsland, Frankrijk en Engeland (en wie weet zelfs Portugal of Zweden) van nut kunnen zijn om wat Bosch schilderde, beter te begrijpen.

In dit onderdeel wordt een groot aantal van deze teksten (die soms vaak, soms minder vaak met Bosch in verband worden gebracht) aan de lezer voorgesteld. Telkens we een tekst bespreken, heeft de lezer onderaan ook de mogelijkheid om te reageren, wat hopelijk meer dan eens tot een boeiende uitwisseling van ideeën en standpunten zal leiden.