Dr. Eric de Bruyn | Topische beeldspraak

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Klik hier voor een toelichting bij dit onderdeel van JBP

TOELICHTING BIJ HET ONDERDEEL ‘TOPISCHE BEELDSPRAAK’

Over het verschijnsel ‘beeldspraak’ bestaat een haast onoverzienbare hoeveelheid literatuur. Het is hier niet de plaats om daar dieper op in te gaan. Laat ons volstaan met vast te stellen dat de meest eenvoudige omschrijving van beeldspraak neerkomt op het volgende: iets (of iemand) verwijst naar iets (of iemand) anders. Wanneer een dichter beeldspraak hanteert, dan wil hij meestal origineel en creatief uit de hoek komen. De eilanden Elba en Sint-Helena (waar Napoleon als balling vertoefde) kunnen dan verwijzen naar zijn gebrek aan contact met de medemens, of de Hercules-figuur kan verwijzen naar het feit dat de dichter zich een soort halfgod voelt die op romantische wijze troost vindt bij de kosmische elementen (zon, wolken, sterren, zee). Beide voorbeelden zijn ontleend aan het oeuvre van de Vlaamse dichter Paul Snoek.

 

Vaak blijken bepaalde beelden echter regelmatig terug te keren, in de literatuur, in de kunsten en zelfs in het gewone leven. Zij zijn dan weliswaar al snel niet meer origineel te noemen, maar ze hebben het voordeel dat ze door velen herkend worden en dat ze op beknopte en tegelijk aansprekende wijze een gedachte weten te formuleren. Een duif met een palmtak in de bek staat dan voor het begrip ‘vrede’, een roos verwijst naar de liefde, een maansikkel en een ster symboliseren Turkije. In zulke gevallen spreekt men van ‘topische beeldspraak’. Het adjectief ‘topisch’ is afgeleid van het substantief ‘topos’ (meervoud: topoi) en een omschrijving van ‘topos’ zou kunnen zijn: het veelvuldig herhaald worden of regelmatig terugkeren van een motief, een beeld, een beschrijving, een formule enzovoort…

 

Topische beeldspraak is van alle tijden maar alle tijden hanteren niet altijd dezelfde topische beeldspraak. Niet altijd, dus soms wel. In de Late Middeleeuwen (de periode waarin Jheronimus Bosch leefde) konden bijvoorbeeld een maansikkel en een ster reeds verwijzen naar de Turken (die in West-Europa als een ernstige dreiging werden gezien). Bestudeert men het oeuvre van Bosch, dan blijkt deze schilder vaak gebruik te maken van beeldspraak die ook terug te vinden is bij andere contemporaine kunstenaars en in de literatuur van die tijd, maar die door ons, vijfhonderd jaar later, in vele gevallen niet langer zonder meer begrepen wordt. Als de gebroeders Van Eyck op de buitenluiken van hun Lam Gods-polyptiek een glazen flesje schilderen waar de zon doorheen schijnt, dan is het voor een moderne beschouwer niet onmiddellijk duidelijk dat hiermee gezinspeeld wordt op het maagdelijke moederschap van Maria. Tenzij men constateert dat deze beeldspraak regelmatig terugkeert in vijftiende- en zestiende-eeuwse teksten waar dan uitgelegd wordt dat Maria’s maagdenvlies intact is gebleven, net zoals glas intact blijft wanneer de zon erdoor schijnt.

 

Helaas, een systematisch opgebouwd en volledigheid nastrevend naslagwerk over topische beeldspraak in de Nederlanden rond 1500, dat vlot zou kunnen geraadpleegd worden door iedereen die er belang in stelt of die op zoek is naar materiaal voor zijn/haar eigen onderzoek naar de laatmiddeleeuwse literatuur en beelding, is nog steeds niet voorhanden. Het opstellen van zulk een naslagwerk is dan ook een ambitieuze doelstelling: het te bestuderen corpus en te verwerken materiaal zijn namelijk zo omvangrijk, dat hier dient gedacht aan een langdurig project voor een compleet team. Het onderdeeltje ‘Topische Beeldspraak’ van de JBP-site kan dan ook slechts een eerste aanzet zijn tot dit project.

 

Concreet. In dit onderdeel heb ik een groot aantal lemmata alfabetisch bij elkaar geplaatst. Bij elk lemma worden een aantal topische betekenissen gegeven, met daarbij telkens een reeks bewijsplaatsen. Bij deze bewijsplaatsen valt de nadruk op relevante passages uit de Middelnederlandse literatuur tussen 1400 en 1600, maar ook anderstalige teksten, iconografische parallelvoorbeelden en citaten uit de secundaire literatuur komen sporadisch aan bod. Er dient op gewezen dat dit onderdeel voorlopig nog volop in opbouw is en dus voortdurend uitgebreid zal worden, zowel in de breedte (méér lemmata) als in de diepte (méér literaire en iconografische bewijsplaatsen). Het nut van dit lexicon, niet alleen voor de iconografische duiding van details en motieven bij Bosch maar ook bij andere laatmiddeleeuwse kunstenaars, spreekt hopelijk voor zich. Treft men bijvoorbeeld in een schilderij (tekening, gravure, wandtapijt…) uit de Late Middeleeuwen een blaffende hond aan die vermoedelijk symbolisch bedoeld is, dan is het interessant na te gaan welke symbolische betekenissen een blaffende hond rond 1500 kon hebben zodat men vervolgens in staat is vast te stellen welke van deze betekenissen het beste passen in de gegeven context.

 

Nog een laatste technische opmerking. Naar de literaire bewijsplaatsen wordt in dit onderdeel verwezen door middel van korttitels, omwille van praktische redenen. Is het voor de gebruiker in zulk een geval onduidelijk om welke literaire tekst het gaat, dan kan hij/zij terecht in het JBP-onderdeeltje ‘Literaire Bronnen’ waar deze teksten via dezelfde korttitel bereikbaar zijn en tegelijk uitgebreider worden voorgesteld. Gaat het om korttitels die verwijzen naar Bosch-boeken of -artikelen, dan kan men deze terugvinden in het JBP-onderdeel ‘Mijn Recensies’. Gaat het om korttitels die verwijzen naar (andere) secundaire literatuur en die door de gebruiker niet herkend worden, dan kan men steeds contact met mij opnemen (ericgldebruyn@hotmail.com). Ook andere vragen, opmerkingen, aanvullingen, correcties enzovoort, zijn uiteraard steeds welkom.

 

[explicit 11 november 2016]