GAT

gattopos2 

1 Gat (gaatje) = vagina

 

Roman de Renart I ed. 1985 (1174-77)

  • 272 (vers 1272). Dierenepiek. Branche II. Que des deux pertuis deerains. Over de twee achterste gaten (pertuis) van de wolvin Hersent: vagina en anus.

Roman de Renart I ed. 1985 (circa 1190)

  • 430 (vers 564). Dierenepiek. Branche VI (Le duel judiciaire). Isengrin over de ‘verkrachting’ van Hersent door Renart: Au croz trover pas ne faillistes [je bent niet mislukt in het vinden van het gat]. Croz = gat = vagina.

Roman de Renart II ed. 1985 (1195-1200)

  • 30 (verzen 429-430). Dierenepiek. Branche VII (La confession de Renart): Ne qui consirrer ne me puis / De Hersent ne de son pertuis. Renart kan Hersent en haar ‘pertuis’ (gat = vagina) niet missen.

De Roovere ed. 1955 (vóór 1482)

  • 399 (vers 249). Zot-erotisch rederijkersrefrein. Een gat boren in een wijnvat als metafoor voor de coïtus (vat = vrouw, boor = fallus): Ghemaeckt gheraeckt soe hebdijt gaetken.

Piramus en Thisbe ed. 1965 (circa 1500)

  • 133 (vers 183). Rederijkersspel. Een sinneke tot Piramus (balspel als metafoor voor seks): Ick sorch, ghij sult noch int gaetgen rollen.

Tilleghem ed. 1920 (1509?)

  • 467 (verzen 85-86). Rederijkersspel. Dubbelzinnig-erotiscj over barbiers en chirurgijnen: Want ze meesteren decwils ruwe ghaeten / Om de pynen der quetsueren te doen zwichtene.

Stijevoort I ed. 1929 (1524)

  • 15 (refrein 4, vers 37). Zot-erotisch rederijkersrefrein. Boogschieten als metafoor voor seks: Als ghi den pyl treckt soo stopt dat gaetken.
  • 67 (refrein 33, vers 33). Zot-erotisch rederijkersrefrein. Schoenlappen als metafoor voor seks: hoe meer ghenaijt hoe groter gat.
  • 68 (refrein 34, verzen 28-30). Zot-erotisch rederijkersrefrein. Balspel (‘clossen’ = beugelen) als metafoor voor seks: Doen stietc ic noch soe diep int gat, / my dochte wy haddens bey te bat: / haer suete naect lyf dude [duwde] ic aent mijne.

Stijevoort II ed. 1930 (1524)

  • 171 (refrein 217, verzen 42-43). Zot-erotisch rederijkersrefrein. Apologie van de seks: Sij makender sonde of soumen een gaetken stoppen / mit thelichdom daer die sueten oly wt leect. Dezelfde tekst in Doesborch II ed. 1940: 234 (refrein 129, verzen 55-56) [1528/30]: Twaer sonde soudemen dat gaetken stoppen / Daer die suete olie wt leect.
  • 212 (refrein 242, verzen 28-29). Zot-erotisch rederijkersrefrein. Seks in badstoof, een vat stoppen als metafoor voor seks. Een vrouw zegt: Wildi dat gat inne soe moeten wi vlien [ons verstoppen], / en scaemdi u niet, sijse, voer die lien?

De wellustige mensch ed. 1950 (XVIb)

  • 122 (vers 633). Rederijkersspel. En stordt u niet, soeckt een ander gadt.

De dryakelprouver ed. 1920 (1528)

  • 201 (verzen 92-93). Rederijkersspel. Tandtrekken als metafoor voor seks: Tant vut al lachgende, eenen baut jnt ghat / omde vloet vanden bloede te stelpene. Waarbij ‘baut’ (bout) = fallus.

Sorgheloos ed. 1980 (circa 1540)

  • 123 (regel 44). Spotprognosticatie. Want de sonne ende mane sullen dan vergaren met Aurora in ’t Warm Gadt.

Cristenkercke ed. 1921 (kort na 1540)

  • 35 (vers 860). Rederijkersspel. Een sinneke maakt een erotische toespeling: Selfs goetduncken sal haer pepergat coelen.
  • 46 (vers 1123). Een sinneke maakt een erotische toespeling (binnen de ‘vat’-topos): maect nv het tappeken ree, alst gaetken gheboort is.
  • 55 (vers 1304). Een sinneke maakt een erotische toespeling (binnen de ‘vat’-topos): het tapken wert zaen ghevuecht. Salt gaetken oock passen?
  • 61 (vers 1399). Een sinneke maakt een erotische toespeling (binnen de ‘vat’-topos): thadt nv schier tijt gheweest tgaetken te borene.

Antwerps Liedboek I ed. 1983 (1544)

  • 208 (nr. 179, strofe 5, verzen 3-4). Zot liedje over een meisje en een kleermaker: Ick heb een gaetken fier / Willet mi doch eens stoppen.

Sint Jans onthoofdinghe ed. 1996 (vóór 1552)

  • 62 (vers 249). Rederijkersspel. Een mannelijk sinneke, scheldend tot een vrouwelijk sinneke (een koppelares): swijgt seg ick eer ick u smeerich gat vlûeck.

Ulenspieghel ed. 1980 (1560)

  • 73 (vers 231). Spotprognosticatie. Vrouwe, wat lofdy u eyeren? De korf heeft een gat. Erotische ombuiging van een spreekwoord, waarbij eieren = borsten, korf = buik en gat = vagina?

Testament Rhetoricael II ed. 1979 (1561)

  • 233 (fol. 285r, verzen 32-33). Rederijkersgedichtje over hoertjes: Liefuer te huwene alsulck lack gaetken / Dan Landsboer oft zeeussche maetken. Lek gaatje = pars pro toto voor ‘hoer’.

Het leenhof der ghilden ed. 1950 (1564)

  • 30 (vers 732). Rederijkersgedicht. Over vrouwen die ‘braseletten’ (armbanden) maken van hun schaamhaar, wat so veel te seggen is: vrij na tbomgat tast.

De Bruyne ed. 1925 (1579-83)

  • 18 (refrein 134, strofe 3, vers 14). Zot-erotisch rederijkersrefrein. Een jongeman probeert een meisje te overhalen tot seks: Godt geve in wiens gadt dat ickt gieten souwe.

Coster Johannus ed. 1997 (vóór 1600)

  • 123v (vers 34). Rederijkersklucht. Boerdelijck Geck zingt een liedje over de coïtus: Int swarte gadt Lach ick versteecken.

Nieuwe Nederduytsche gedichten ende raedtselen ed. 1972 (1624)

  • Ingevoegde bladen vóór fol. 31. Dubbelzinnig-erotisch gedichtje: En in een diep ront gat gedaen / (…) En stoten in dit diepe gat.
  • 41. Dubbelzinnig-erotisch raadsel: En niet in ’t midste gat so deucht u spelen niet / (…) In ‘tspelen wacht u wel int avrex gat te gaen. Waarbij ‘averechtse gat’ = anus.
  • 61. Dubbelzinnig-erotisch raadsel: En steken al ons best in een wijt duyster gat.
  • 133. Zot-erotisch rederijkersrefrein. Leidekken als metafoor voor seks (lekkend gat in dak = vagina): Ick heb, sey sy, noch een out leckent gat, / Twelck noyt dicht en was van zijn leven.
  • 151. Zot-erotisch rederijkersrefrein. Fluitspel als metafoor voor seks: En als een meyt douwt hem int rechte gat.

 

2 Gat = anus

[In de recente Bosch-literatuur leest men soms dat aarsgat in het Nederlands het gewone woord is voor een gat in een boom. Bijvoorbeeld in Cat. Madrid 2016: 348: ‘aarsgat, in Dutch the common term for a tree hollow, suggests an interpretation of the body opening as an anus’ (tekst van Fritz Koreny over de Boommens-tekening in Wenen). Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal (editie-1995) geeft echter wel voor aarsgat de betekenis ‘ondereind van een gevelde boom’ maar niet ‘gat in een boom’. Bovendien heb ik voorlopig geen bewijzen gevonden dat de term ‘aarsgat’ (ersgat) in het Middelnederlands een betekenis zou gehad hebben die verband houdt met het semantisch veld ‘boom’. Bovendien (bis) is het gat in het ‘lijf’ van de Boommens, ook op het rechterluik van de Tuin der Lusten, een gat in een eierschaal, en niet in een boom. Alleen de ‘benen’ van de Boommens lijken op bomen…]

 

Mariken van Nieumeghen ed. 1980 (circa 1516)

  • 59 (vers 377). Rederijkersspel. De tante van Mariken smalend over hoertjes: Die de goei gezellen d’eersgat lenen. Toespeling op anale seks? Niet noodzakelijk.

Doesborch II ed. 1940 (1528/30)

  • 252 (refrein 141, vers 29). Zot scabreus-scatologisch rederijkersrefrein. Een jongen en een meisje in bad, het meisje doet haar behoefte in het bad: Ten lesten ontsloot die bruyt haer gat.

 

[explicit 24 november 2016]