Dr. Lucas van Dijck | Jheronimus Bosch expert

Peter van Os ontmaskerd[1]

Het drieluik te Boston van Jheronimus Bosch

2016 © Dr. Lucas van Dijck

 

De uitgave van de kroniek van Pieter van Os uit het begin van de zestiende eeuw is een welkome en gedegen aanvulling op de geschiedenis van Brabant en van de stad ‘s-Hertogenbosch in het bijzonder. Hoewel de kroniek op zichzelf vrij saai is, was een uitgave ervan zeer wenselijk.

Enkele jaren geleden werd ook al een klein artikel aan Pieter van Os  gewijd. Helaas hebben de bewerkers van de kroniek en de auteur van het artikel het leven en de afkomst van “hun” schrijver zeer onzorgvuldig en weinig gedegen uitgewerkt. Het zou slechts een half uur tijd hebben gekost om de ouders en verdere familie van Van Os  te vinden. Zo is de bewering dat het niet bekend is of Peter van Os te Oss of te ‘s-Hertogenbosch geboren is al dertig jaar achterhaald. Hij had geen drie, maar vijf kinderen, enzovoort.

De fiches op het Bossche schepenprotocol in het gemeentearchief van ‘s-Hertogenbosch, destijds vervaardigd door de onvolprezen F. Smulders, behoeft men slechts door te bladeren op de kaartenbak Oss en onder de naam Van Os en men vindt veel meer dan in de uitgave van de kroniek is vermeld. Het is onbegrijpelijk dat historici van professie geen gebruik maken van voor de hand liggende bronnen, die bovendien al dertig  jaar geleden toegankelijk zijn gemaakt. Daarnaast kon men aanvullende gegevens vinden in gedrukte werken, zoals het werk van  A.F.O.  van Sasse van Ysselt, en in De Brabantse Leeuw. In plaats daarvan werd een achterhaald werk van J. Cunen uit 1932 geciteerd. Archiefonderzoek werd in het geheel niet ondernomen, maar dat mag men ook niet altijd verlangen, omdat dat zeer tijdrovend is.

Terzijde: Eveneens een zwak aspect aan de kroniekuitgave is het slordig citeren van auteurs of van hun aangehaalde werken. Nu terug naar de echte kroniekschrijver Pieter of Peter van Os.

Peter werd geboren in het gelijknamige dorp Oss, waar zijn ouders op Amstel woonden. Zijn vader was Jan Rutger Jans (Heynen?)van Os en zijn moeder was Oda, dochter van Lambert Lambert Lambert Wynricx die Smyt en van waarschijnlijk Bela Henricx van Acht (zij hertrouwde met Nicolaes Watermael).

Jan was op zijn beurt een zoon van Rutger Jan Rutgers van Os en van Mechtelt N., die voor 1414 hertrouwde met Dirck Andries Jans, die aldus de stiefgrootvader was van Peter van Os. Zijn eigen grootouders heeft Peter niet of nauwelijks gekend. Ook zijn grootouders van vaderskant woonden op Amstel. Een Jan Rutgers van Os wordt in 1432-1433 vermeld als vader van Gheerborch, getrouwd met Jan Valckenborch van Nijrnegen. Wellicht was hij de overgrootvader van Peter. We kunnen de stamboom aldus uitwerken:

 

I. RUTGER JAN RUTGERS (HEYNEN) VAN OS, overleden voor 1474, was gehuwd met Mechtelt N., die in tweede echt huwde met Dirck Andries Janss. Zijn eventuele zuster Gheerborch was getrouwd met Jan Valckenborch van Nijmegen. Rutger en Mechtelt woonden op Amstel en hadden twee kinderen:

1. Jan Rutgers, volgt onder II.
2. Corstiaen Rutgers stierf voor 1476 en had twee zonen:

A. Lambert Corstiaen Rutgers, vernoemd naar zijn grootvader van moederszijde.
B. Mr. Rutger Corstiaen Rutgers, die sinds 1500 had gestudeerd aan de universiteit van Leuven. Meester Peter van Os was dus niet de enige of eerste academicus in zijn familie.

 

II. JAN RUTGERS, vermeld in 1481-1486 en vermoedelijk identiek aan Jan Rutten, schepen van Oss in 1477, had twee natuurlijke kinderen, die misschien elk een eigen moeder hadden. Zijn wettige vrouw was Oda Lambert Lambert Wynricx die Smyt. ln 1482 verkocht zij met haar man een erfcijns aan het altaar van Maria in de Sint-Janskerk te’s-Hertogenbosch.

Jan van Os gaf in 1485 zijn zoon Peter een volmacht om hem in gerechte te vervangen krachtens het ius monendi  etc.  Er van uitgaande dat men als natuurlijke rechtspersoon 23  jaar oud moest zijn, was Peter dus voor 1462 geboren. Vermoedelijk was zijn vader toen al ziek, want na 1486 wordt hij niet meer vermeld.

1. Rutger Jan Rutgers (onwettig), vader van:

A. Jan Rutten Janss had twee zonen, die een lijfrente[2] trokken op de stad Den Bosch.

AA. Reyner Jan Rutten, geboren in 1525.
BB. Rutger Jan Rutten, geboren in 1527. Misschien was hij de vader van Oda Rutgers van Oss, begijn in Den Bosch en buitenlid van de Illustere Lieve Vrouwebroederschap, waarvoor zij in 1567 haar bijdrage van ante obitum[3] betaalde.

2. Aleyt Jan Rutgers (onwettig). De naam van haar moeder is niet bekend. Zij stierf voor 26 november 1495, op welke datum haar erfdeel werd overgedragen aan haar halfbroer Peter.

De wettige kinderen van Jan Rutgers waren:

3. Mechtelt Jan Rutgers was getrouwd met Henrick Jacob Sander en later met Gerart Henrick Gijsberts. Zij had een dochter Margriet Gijsberts, die wordt vermeld in 1548-1550.
4. Aleyt Jan Rutgers trouwde met Remboldt Kepkens. Evenals enkelen van haar verwanten was zij weldoenster van het Dominicanenklooster te ‘s-Hertogenbosch: op 17 maart 1545 legateerde zij een cijns van 2 Carolusgulden uit goederen te Orthen en een van f 1:10:0 uit goederen te Heesch. Hun kinderen waren:

a. Heer Dirck Remboldt Kepkens, priester.
b. Arnt Remboldt Kepkens.
c. Elisabeth Remboldt Kepkens, gehuwd met Jan Wouters. Hun dochter Hadewych trouwde met Goessen Lycelen.

5. Peter van Os, volgt onder III.
6. Henrick Jan Rutgers, vermeld in 1474-1475, was gehuwd met Lijsbeth Peter Loyen. Zij hadden drie dochters te Oss:

a. Ida Henrick Jans Rutgers, gehuwd met Jan Lambert Corstiaens van Grave.
b. Henricxken Henrick Jan Rutgers.
c. Elisabeth Henrick Jan Rutgers, gehuwd met Nicolaes Rombouts.

7. Lambert Jan Rutgers, vermeld in 1495-t497.

 

III. PETER VAN OS, geboren te Oss voor 1463, studeerde aan een universiteit en wordt voor het eerst met de meesterstitel gezien in 1498. Als kind te Oss woonde hij op Amstel en als opgroeiende jongeman heeft hij diverse plunderingen door de Geldersen meegemaakt. Toen hij ongeveer 17 jaar oud was, plunderden de Gelderse troepen onder hertog van Brunswijk in het voorjaar van l479 Oss.  Op l8 oktober 1497 gebeurde dat nog eens, maar  toen woonde Peter al in Den Bosch. In 1512 zouden de Geldersen het nog eens overdoen.

Het is goed mogelijk dat het gezin van Peter rond 1480, zoals menige andere Ossenaar, is verhuisd naar het veiliger ’s-Hertogenbosch. In zijn kroniek geeft hij een voor zijn doen opmerkelijk uitgebreid verslag van de gebeurtenissen van 1479: Vanuit  Grave overvielen de Geldersen rond vastenavond Oss, dat zij  grotendeel plat brandden, maar bij zonsopgang waren hadden zij zich weer teruggetrokken in Grave. Toen de Bosschenaren hoorden dat Oss werd verbrand trokken zij met klokkenslag uit. Te Oss aangekomen bleken de belagers te zijn vertrokken. Toen werd uit wraak Driel verbrand, maar het plunderen door enige Bossche burgers nam zoveel tijd in beslag, dat  zii op de terugweg moesten overnachten in Hedel  waar een aantal van hen werd vermoord.

Sinds Peter en zijn ouders te  ’s-Hertogenbosch woonden hebben zij de familienaam Van Os aangenomen. Dan kan met recht Petrus van  Os, die in november 1486 aan de universiteit van Leuven werd ingeschreven, worden vereenzelvigd met de kroniekschrijver. Dat hij  in het universiteitsmatrikel Trajectensis  diocesis  (uit het bisdom Utrecht)  wordt genoemd, kan verwarrend zijn, want Oss en Den Bosch lagen in het Bisdom  Luik, maar veel studenten werden aangeduid naar het bisdom waar zij de eerste  geestelijke wijdingen hadden ontvangen. In Peters geval dus blijkbaar Utrecht. Menig student ontving de lagere wijding om te kunnen profiteren van een altaarrectoraat  of misstichting, die hij als studiebeurs gebruikte.

Peter woonde rond 1494 in Den Bosch, waar hij werkzaam was op de secretarie als klerk. Later werd hij ook nog notaris. In ’s-Hertogenbosch leerde hi j zijn vrouw kennen  die de dochter van zijn baas was: Henricxken van Langel,  dochter van de stadssecretaris Franco van Langel (een buitenechtelijke zoon van Henrick Simons van Langel, priester) en van Heylwich Henricks van der Rullen. Heylwich was de dochter van Henrick van der Rullen en Lysbeth Ansems die Vriese. Het huwelijk duurde echter zeer kort, want op 25 december 1500 maakte Henricxken haar testament en enkele dagen later stierf zij.  Er is reden om aan te nemen dat zij na de bevalling van haar eerste kind, dat onmiddellijk stierf, ook zelf is overleden. Peter van Os en Henricxken van Langel hadden die eerste jaren gewoond Achter het Wild Varken  en, volgens de bewerkers van de kroniek, tussen 1500 en 1505 aan de oude Hulst. In die jaren kan Henricxken daar niet gewoond hebben, want toen was zij al overleden .

In een tweede huwelijk vond Peter meer geluk. Hij trouwde in 1502 of 1503 met Henricxken Jacobs van der Heze,  dochter van Jacob Goyarts van der Heze en van Aleyt Henricxss Loenmans. Zij wordt soms ook Loenmans genoemd, naar haar moeder.

 

Het was niet verwonderlijk dat Peter, stadssecretaris sinds 14 september  l498,werd gevraagd lid te worden van  de lllustere Lievevrouwebroederschap, en wel in 1496-1497. Dat impliceert dat hij ook clericus  ( geestelijke)  was, en zijn geval zelfs “clericus conjugatus”(getrouwde geestelijke). In het wapenboek van de  broederschap, dat van veel latere  datum is en dus niet altijd betrouwbaar, staat zijn wapen afgebeeld:  drie aanziende ossenkoppen zonder ster.

In juli   1498 verkocht hij  gerechtelijk een huis, verkregen van Henrick Bredebert ; kopers waren Jacob Arnts die Greve en Remboldus Egidius  Rombouts. Peter van Os komt regelmatig  voor als partij in de honderdduizenden akten van het Bossche schepenprotocol en was een welgesteld man toen hij  stierf.

 

In 1522-1523 nam hij met  zijn  vijf kinderen deel aan de stadsloterij. Enkele jaren later werd het gezin getroffen door de pestepidemie en verloren Peter en zijn vrouw twee van de drie dochters in de leeftijd van 18 en 20 jaar oud. Als secretaris bleef hij werkzaam tot aan zijn dood in 1542. Eerst machtigde hij zijn zoon Jan om zijn zaken waar te nemen. Op 13 november 1542 was hij nog gastheer van de broederschap, maar op 2 december kwamen zijn vrienden wederom samen:  Nu voor zijn mis van requiem. Hij had al in 1529 zijn “ante obitum” bijdrage betaald.  Peter van Os is ongeveer  81 jaar oud geworden, zijn tweede vrouw zou tegen de 80 jaar oud worden.

Tijdens zijn leven had hij  voor al zijn kinderen lijfrenten  afgesloten op de stad Den Bosch, waardoor wij thans in staat zijn geboorte- en sterfjaar te traceren.  Van na zijn dood zijn er enkele transacties bekend van zijn weduwe, onder meer de benoeming van de executeurs-testamentairs : haar zonen mr. Jan en mr. Peter, haar schoonzoon Goessen Jans Pijnappel, Boudewijn van Gerwen, Dirck van Lieshout en Frans Monick.

Het echtpaar Van Os-Van der Heze had onder meer een eeuwige kaarsenfundatie gesticht in het Lieff Vrouwenhuysken op de Geerlingsebrug .  Verder stichtte Henricxken bij de Dominicanen een mis ter intentie van de zielenrust van Peter, haar man.  Tevens betaalde zij op zijn jaargetijde een halve pot wijn per kloosterling.  Daarvoor legateerde zij 100 Carolusgulden. Op 26 juli 1542 stichtte  zij bovendien een legaat aan de lllustere Lievevrouwebroederschap .  Aangezien de erfdeling tussen haar kinderen plaatsvond op 9 maart 1555 is het te veronderstellen dat zij kort voor die datum is overleden.

De erfdeling laat een groot vermogen zien: I n de Hinthamerstraat een huis, hof, erf en brouwgetouw en een “cleyn huysken, wesende een soemer  coeken” (een zomerkeuken) ; twee huizen in de Kerkstraat; land te Hintham, Oss, Oirschot, Esch, Geffen en Berlicum; renten en cijnzen, pachten en dergelijke; een rente van l0 gouden andriesguldens op de stad Heusden; goederen in Nuland en Vught. De vele foliozijden tellende lijst laat een vermogen zien van vele duizenden guldens in geld en goederen. Op de stad hadden de erflaters renten van samen 605 gulden losbaar ofwel 32 gulden jaarlijks. Het graf van het echtpaar zal gelegen hebben in de Dominkanenkerk.

De kinderen uit het tweede huwelijk Peter van Os , die overigens hun moederliike grootouders niet gekend hebben, want die waren al overleden voor 1506,  waren:

1. Mr. Jan van Os is geboren in 1505, studeerde sinds 1542 aan de universiteit van Leuven en werd priester.  In 1544-1545 werd  hij gezworen lid van de Illustere Lievevrouwebroederschap. Hij overleed in 1560 op 24 december. Zijn pastorale functies zijn niet bekend. Volgens handschrift 57 van het archief van de broederschap voerde hij als geslachtswapen drie aanziende ossenkoppen.
2. Aleyt Peters van Os is geboren in 1509 en overleed in 1529-1530. Ook zij was  buitenlid van de Illustere Lievevrouwebroederschap; in 1526-1527 betaalde zij haar ante obitum.
3. Mr. Peter van Os, geboren in 1511, werd eveneens secretaris van de stad, en wel van 1536 tot 1550. Daarna was hij nog enige jaren schepen. In de meergenoemde broederschap werd hij zwanenbroeder (hij was dus geen clericus, want niet-clerici werden automatisch Zwanenbroeder genoemd). Zijn overlijden wordt in de broederschapsarchieven vermeld op 28 augustus 1558. In het wapenboek wordt zijn wapen weergegeven met de drie aanziende ossenkoppen en een zespuntige ster in het midden.
Peter trouwde met Katharina Jans Belmans, weduwe van Wouter Verdonck. Uit haar eerste huwelijk waren twee kinderen Verdonck: Arnt Wouters Verdonck, priester, en mr. Jan Verdonck.
In een testament van2J augustus 1557 verklaarde Peter  van Os begraven te willen worden in het dominicanenklooster. Hij was toen inmiddels getrouwd met Heylwich dochter van mr. Goessen van der Stegen. Zij  was de dochter van meester Goeswijn van der Stegen en van Anna van Kessel. Op haar beurt hertrouwde  zij met mr. Zeger Adriaenssen. Via zijn tweede huwelijk verkeerde Peter van Os junior  in de hoogste kringen van de stad: zijn zwagers behoorden tot de voorouders van de graven Van der Stegen de Put en De Schrieck in Belgie. Zijn schoonzusters waren respectievelijk mater van het Groot Begijnhof te ‘s-Hertogenbosch en non in het deftige Sint-Catharinaklooster te Breda. Kinderen van Peter  van Os  junior zijn niet bekend.
4, Eefsken van Os, geboren in 1511, overleden in 1529-1530.
5. Oda   van Os is geboren in 1516, overleed in 1540,  en trouwde met Goessen Jans  Pijnappel. Hij was  raad van Den Bosch en stadhouder van de hoogschout. Later trouwde hij met Hillegont van Achelen, die hem drie kinderen schonk.
Het enige kind van Oda – tevens enige kleinkind van Peter senior –  Joostke Pijnappel, trouwde met Godefridus Loeff. Deze president-schepen van Den Bosch stierf op 14 mei 1604. Zijn zoon Jan Loeff van der Sloot stierf  in 1623 en was getrouwd geweest met Diericxken mr. Cornelis Otto van Beeck. Zij hadden als kinderen twee dochters,  met name Johanna (gehuwd met jonkheer Hoene de Bauweny,  later met de boekhandelaar Balthasar van der Veenen) en Christina (gehuwd met  Frans Thielmans van Sittard), en twee zonen, met name Bartholomeus (gehuwd met Johanna van Dien) en Erasmus (gehuwd met Bertken Willems).Ook Oda van Os voerde de aanziende ossenkoppen als wapen, wat blijkt uit een grafzerk in de Sint-Janskerk.
Voor zover de bekende stadsgeschiedschrijver Peter van Os nageslacht heeft gehad, was dat alleen maar via zijn dochter Oda. Dat betekent wellicht dat langs die lijn het Bostonpaneel generaties lang in de familie is gebleven.

De aloude de vraag of Peter van Os de man is, die afgebeeld  zou zijn op een drieluik van Jheronimus  Bosch te Boston, heeft menige kunsthistoricus bezig gehouden. Steeds weer kwam men tot de conclusie dat hij het niet kon zijn. Het wapen zou niet kloppen, de voornamen van de personen kwamen niet overeen met de patroonheiligen en het symbool van de Illustere Lieve-Vrouwebroederschap , de lelie op de kleding van de twee donateurs kon niet op de bewuste personen toegepast worden.

Ik meen deze vragen nu met absolute zekerheid te hebben opgelost.

 

Ecce Homo Jheronimus Bosch A

De binnenzijde van de zijpanelen van het schilderij te Boston.
Bron: Wikimedia commons.

 

Ecce Homo Jheronimus Bosch B

De buitenzijde van het schilderij te Boston.
Bron: Wikimedia commons

De man op het binnenluik is mr. Peter van Os met achter hem de heilige Petrus. Hij voert hier niet het wapen Van Os, maar een  wapen Van Os dat geallieerd is met dat van de familie Wynricx uit  Oss, zijnde de familie van zijn moeder. De ossenkop komt voor in zijn eigen wapen, zoals hierboven is aangetoond; het sterretje werd ook gevoerd door zijn zoon Peter. De helft  van het wapen slaat op Van Os, de andere helft  op Wynricx.  Peter was gezworene van de broederschap, zodat hij  “sicut lilium inter spinas” [4] als teken droeg. De deling in twee helften van het familieliewapen is heraldisch niet geheel correct, want dan zou het schilder beter twee verticale helften hebben kunnen maken: rechts de  drie aanziende ossenkoppen met ster, links de drielingsbalken.

 

De vrouw op het binnenluik is Henricxken van Langel. Het wapen Van Langel is een leeuw (zoals blijkt uit de verzameling schepenzegels op het stadsarchief van Den Bosch), de drie rozetten vormen het wapen Van der Rullen. De moeder van Henricxken was immers een Van der Rullen (zie boven).

De heilige klopt niet met de voornaam Henricxken, want het is de heilige Catharina. Zo goed  als zeker was de heilige Hendrica niet bekend en koos Henricxken daarom voor een voorkeurpatrones namelijk Catharina. Het kindje aan haar voeten is mijns inziens haar jong- of doodgeboren kind. Zou wellicht deze baby  Catharina genoemd zijn of bij leven genoemd worden? Kort na de bevalling stierf ook Henricxken zelf, rond I januari 1500.

De man op het buitenluik is Franco van Langel, stadssecretaris, tevens gezworene tot zijn dood in 1497. Zijn zonen zijn Wouter, Franco en Jan. De laatste was  kloosterling en later prior van de Cisterciënsers Marienkroon te Heusden.  Dat ook hier een andere heilige voorkomt dan bij zijn voornaam past, is wederom verklaarbaar: De  heilige Franco met  zijn symboliek was niet bekend. Franco komt niet van Franciscus. Derhalve werd gekozen voor de patroon van de kerk: Sint Jan.

De vrouw op het buitenluik is Heylwich Henricx van der Rullen met haar dochters. Een van hen, aan het schilderij te zien de oudste,  met name Lysbeth, was moniale in het Bethanienklooster te ‘s-Hertogenbosch . Haar zusje, dat direct achter haar knielt, is de vrouw van Peter van Os. De andere zusjes zijn  niet met name bekend. De heilige Heilwich is hier vervangen door de heilige Maria Magdalena, wellicht omdat ook hier de beeltenis en  symboliek van de Heilwich niet bekend waren, of omdat Maria  Magdalena de voorkeur genoot. Interessant hierbij is dat Maria Maldalena  de patrones was van het Bethanienklooster, waarin haar dochter Lysbeth  was ingetreden.

De wapens van het echtpaar van Langel-van der Rullen zijn hier nog eens geschilderd, omdat zij op het binnenluik voorkomen. De identificatie van deze personen wordt onderstreept doordat de twee religieuzen in het gezin Van Langel thans bekend zijn: namelijk  de Cisterciënser Jan (overleden in ca. 1540)  en een zuster van Bethanie, Lysbeth. Door deze identificatie zijn wij thans in staat het schilderij beter te dateren: we hebben hier te doen met een memorietafereel, waarmee Peter van Os zijn jong  overleden vrouw, zijn doodgeboren of jong gestorven  baby en zijn schoonouderlijke familie herdenkt. Aangezien Franco van Langel al stierf in 1496 en Peters vrouw  rond 1 januari 1500, moet het schilderij geplaatst worden in 1500 of kort er na. Merkwaardig is het feit dat enkele personen op het drieluik al overleden waren, waardoor Bosch op zijn geheugen moest afgaan.

Mochten heraldici tot het bewijs komen dat het wapen Wynricx te Oss inderdaad uit drie liggende drielingsbalken bestaat, dan is iedere twijfel absoluut  onmogelijk. Hopelijk is hiermede de oplossing gegeven  van een kunsthistorisch probleem, dat decennia lang op zich heeft laten wachten.

[1] Eerder met voetnoten en verwijzingen gepubliceerd in De Brabantse Leeuw, 47, p. 116-124. .

[2] Alle lijfrenten op de stad ’s-Hertogenbosch zijn op CD-ROM verkrijgbaar bij Joenvanaken@gmail.com onder vermelding: Lucas G.C.M. van Dijck, Bossche lijf- en erflosrenten, 1400-1629.

[3] Ante obitum betekende in de Broederschap dat men zijn verplichte bijdrage voor na de dood tijdens het leven voldeed.

[4] Als een lelie tussen de doornen.

# # #